ECLI:NL:RBZWB:2024:2451
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing sluiting woning op grond van Opiumwet
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de burgemeester om zowel een woning als een loods te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester had de eigenaar gelast beide panden per direct te sluiten vanwege een drugslab in de loods. Verzoekster gebruikt de woning met haar gezin en was niet rechtstreeks bekendgemaakt met het besluit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster als gebruiker belanghebbende is en dat het besluit ook aan haar bekend had moeten worden gemaakt. Uit onderzoek blijkt dat in de woning geen druggerelateerde zaken zijn aangetroffen en dat er onvoldoende functioneel en organisatorisch verband is tussen de woning en de loods. De panden zijn apart toegankelijk en afsluitbaar, met afzonderlijke elektriciteitsmeters en verschillende sluitingstermijnen.
Daarom is de burgemeester niet bevoegd om ook de woning te sluiten. De voorzieningenrechter schorst het besluit voor zover het de woning betreft tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de sluiting van de woning tot zes weken na bezwaar en veroordeelt de burgemeester tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.