ECLI:NL:RBZWB:2024:2454
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing belastingzaak wegens schending hoorrecht bij naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het derde kwartaal van 2022 en een daarbij opgelegde verzuimboete. De inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep op 28 maart 2024.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de inspecteur het hoorrecht van belanghebbende had geschonden. Daarom oordeelde de rechtbank dat het beroep gegrond is en vernietigde de uitspraak op bezwaar. De inspecteur werd opgedragen opnieuw te beslissen, nadat belanghebbende op juiste wijze is gehoord.
Daarnaast werd bepaald dat de inspecteur het griffierecht en proceskosten, waaronder een vergoeding voor de zitting, aan belanghebbende moet vergoeden. Partijen spraken af dat een teruggaafverzoek van belanghebbende gelijktijdig met de hoorzitting kan worden besproken.
De uitspraak is gedaan op 15 april 2024 door rechter M.H. van Schaik en griffier J.H.M. van Ooijen. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van het hoorrecht, uitspraak op bezwaar vernietigd en hernieuwde beslissing met correcte hoorzitting opgelegd.