ECLI:NL:RBZWB:2024:2455
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting 2019 wegens niet-toepassing overgangsregeling pensioenverdrag Nederland-Duitsland
Mevrouw, woonachtig in Duitsland, ontving in 2019 een nabestaandenpensioen na het overlijden van haar echtgenoot in 2018. Zij gaf in haar aangifte inkomstenbelasting 2019 aan dat het nabestaandenpensioen onder de overgangsregeling van het nieuwe belastingverdrag Nederland-Duitsland viel, waardoor een verlaagd tarief van 20% werd toegepast.
De inspecteur stelde later vast dat deze toepassing onjuist was en legde een navorderingsaanslag op zonder rekening te houden met de overgangsregeling. De rechtbank beoordeelde of de navordering toegestaan was en of het nabestaandenpensioen onder de overgangsregeling viel.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een kenbare fout van de inspecteur, waardoor navordering mogelijk was. Daarnaast stelde de rechtbank vast dat het nabestaandenpensioen niet onder de overgangsregeling valt omdat het pensioen niet vóór 1 januari 2016 is ingegaan, maar pas na het overlijden in 2018.
De navorderingsaanslag en de belastingrentebeschikking blijven daardoor in stand. Mevrouw krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.H. van Schaik op 15 april 2024.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en belastingrentebeschikking blijven in stand omdat het nabestaandenpensioen niet onder de overgangsregeling valt.