ECLI:NL:RBZWB:2024:2457
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijk verklaard bezwaar inkomstenbelasting 2019
Belanghebbende is door de inspecteur aangeslagen voor inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2019, met een belastbaar inkomen van €22.724, inclusief belastingrente en een verzuimboete. Het bezwaar van belanghebbende werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een gemotiveerde bezwaarschrift. Belanghebbende heeft geen gronden van bezwaar aangevoerd ondanks herhaalde verzoeken van de inspecteur.
De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende behandeld, waarbij belanghebbende niet is verschenen en haar verzoek tot uitstel werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat belanghebbende geen inhoudelijke gronden heeft gegeven. Daarnaast is beoordeeld of de aanslag te hoog is vastgesteld. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de aanslag onjuist is, ondanks haar stelling dat de aangifte door haar boekhouder is ingediend.
De rechtbank concludeert dat de aanslag en de opgelegde verzuimboete in stand blijven. Het beroep wordt ongegrond verklaard, belanghebbende krijgt geen teruggaaf van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Bogert op 11 april 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2019 blijft onverminderd van kracht.