ECLI:NL:RBZWB:2024:2461
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning dwangsom wegens niet tijdig beslissen op verzoeken ambtshalve vermindering belastingaanslagen
Belanghebbende verzocht op 26 april 2022 om ambtshalve vermindering van de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2017 tot en met 2020. De inspecteur stelde niet tijdig beslissingen, waarna belanghebbende hem op 20 juli 2022 in gebreke stelde en op 7 augustus 2022 beroepen instelde wegens het niet tijdig beslissen.
De inspecteur wees de verzoeken op 25 augustus 2022 af, zonder dwangsombeschikkingen af te geven. Belanghebbende maakte geen bezwaar tegen deze afwijzingen en richtte haar beroep uitsluitend op de toekenning van een dwangsom.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende recht heeft op een dwangsom van €532 wegens de niet tijdige beslissing. Gelet op de samenhang tussen de verzoeken over de verschillende jaren en de gelijktijdige behandeling, is slechts één dwangsom verschuldigd. De beroepen zijn daarom gegrond voor zover zij zien op de dwangsom en niet-ontvankelijk voor het niet tijdig beslissen zelf.
De inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van de dwangsom en vergoeding van het griffierecht. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt een dwangsom van €532 toegekend wegens niet tijdig beslissen; beroepen tegen niet tijdig beslissen zijn niet-ontvankelijk verklaard.