ECLI:NL:RBZWB:2024:2462
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: geen individuele buitensporige last bij box 3 heffing 2021
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2021, waarbij de box 3-heffing werd vastgesteld op basis van het forfaitaire voordeel uit sparen en beleggen. Hij stelde dat het werkelijk behaalde rendement lager was dan het forfaitair berekende rendement volgens de Wet rechtsherstel box 3 en dat er sprake was van een individuele buitensporige last.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het lagere rendement, aangezien het door hem opgegeven rendement van 2,07% niet aannemelijk was gemaakt en bovendien betrekking had op een ander jaar. De inspecteur had de aanslag conform het Kerstarrest en de Wet rechtsherstel box 3 vastgesteld.
Verder concludeerde de rechtbank dat er geen sprake was van een individuele buitensporige last die tot een afwijking van de heffing zou moeten leiden. Belanghebbende verscheen niet op de zitting, ondanks tijdige uitnodiging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag bleef ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag IB/PVV 2021 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd.