ECLI:NL:RBZWB:2024:2481
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname bij minderjarige veroordeelde ongegrond verklaard
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 25 maart 2024 uitspraak gedaan over het bezwaarschrift van een minderjarige veroordeelde tegen de afname en verwerking van zijn DNA-profiel. De veroordeelde was ten tijde van het gepleegde feit 14 jaar oud en werd veroordeeld voor bedreiging en openlijk geweld met lichamelijk letsel. Hij kreeg een taakstraf van zestig uren werkstraf, subsidiair jeugddetentie.
De verdediging voerde aan dat er bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering op de Wet DNA rechtvaardigen, mede vanwege de minderjarigheid en het geringe recidivegevaar. De officier van justitie stelde dat aan de wettelijke voorwaarden was voldaan en dat de uitzondering niet van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat het misdrijf waarvoor veroordeelde is veroordeeld niet van dien aard is dat DNA-onderzoek geen bijdrage kan leveren aan opsporing en vervolging. Ook achtte de rechtbank de bijzondere omstandigheden onvoldoende om af te zien van DNA-afname, mede gelet op de taakstraf, de rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming en het recidivegevaar.
Daarom werd het bezwaarschrift ongegrond verklaard en het bevel tot DNA-afname bevestigd. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de DNA-afname wordt ongegrond verklaard en het bevel tot DNA-afname blijft van kracht.