Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlasteleggingen
(feit 1)en aan het aanwezig hebben van cocaïne
(feit 2);
(feit 1)en vernielingen
(feiten 2 en 3);
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
Het risico op recidive wordt door de reclassering ingeschat als gemiddeld en zij adviseert oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden. Interventies of toezicht wordt niet nodig geacht.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een gevangenisstraf van 100 dagen, waarvan 47 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;