Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
opzettelijk, al dan niet in voorwaardelijke zin, heeft toegebracht.
5.De benadeelde partij
6.De overwegingen omtrent het beslag.
7.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
mr. L. de Jong, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.E.M. Hoezen, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 april 2024.