ECLI:NL:RBZWB:2024:2503
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening belastingaanslag 2019
Belanghebbenden, erfgenamen van een overleden persoon, maakten bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2019, inclusief een belastingrente van € 35.267. De inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond en belanghebbenden dienden beroep in. De rechtbank beoordeelde of het beroep tijdig was ingediend.
De rechtbank stelde vast dat het vermeende beroepschrift van 1 juni 2022 niet was ontvangen en dat het daadwerkelijke beroepschrift pas op 3 augustus 2022 binnenkwam, ruim na de wettelijke termijn van zes weken die op 13 juli 2022 eindigde. Belanghebbenden konden niet aannemelijk maken dat het beroepschrift tijdig was verzonden, noch dat de termijnoverschrijding hen niet kon worden toegerekend.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ging zij niet inhoudelijk in op de vraag of de belastingrente terecht was opgelegd. Belanghebbenden krijgen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan op 16 april 2024 door rechter Steijn.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.