Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt met de ziekte van Alzheimer. De cliënt werd crisis opgenomen in een zorgaccommodatie vanwege onvoldoende zelfzorg, valgevaar en risicovol gedrag door achterdocht.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de cliënt aan niet te begrijpen waarom zij in de zorgaccommodatie verblijft en wilde zij terug naar huis. De behandelend arts bevestigde het progressieve karakter van de ziekte en benadrukte dat 24-uurs zorg thuis praktisch en financieel twijfelachtig is. De verzorgende en familie onderschreven het actuele zorgbeeld en het belang van voortzetting van de inbewaringstelling.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, materiële schade en verwaarlozing. Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt daarom verleend voor zes weken, tot en met 19 februari 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.