ECLI:NL:RBZWB:2024:2541
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de ongeldigverklaring van haar rijbewijs. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting en stelt vast dat het verzoek kennelijk ongegrond is.
De beoordeling richt zich op het spoedeisend belang, dat essentieel is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoekster is werkzaam in een drieploegensysteem en stelt dat zij vanwege haar woon-werkafstand en het ontbreken van vervoer door haar vader niet met het openbaar vervoer kan reizen.
De voorzieningenrechter constateert dat verzoekster niet alle gevraagde toelichtingen heeft gegeven en onvoldoende heeft onderbouwd waarom haar vader haar niet meer kan vervoeren. Ook is niet aangetoond dat openbaar vervoer geen optie is. Hierdoor ontbreekt het spoedeisend belang, en wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs is afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.