ECLI:NL:RBZWB:2024:2542
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoeken voorlopige voorziening Participatiewet wegens niet-betaling griffierecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 19 april 2024 uitspraak gedaan over verzoeken om voorlopige voorziening van verzoekster tegen de schorsing en intrekking van haar uitkering op grond van de Participatiewet.
Verzoekster had verzocht om vrijstelling van het griffierecht, maar dit verzoek werd afgewezen. Zij werd voorafgaand aan de zitting geïnformeerd dat het griffierecht betaald moest worden en dat bij niet-betaling de verzoeken niet-ontvankelijk zouden worden verklaard.
De gemachtigde van verzoekster gaf voorafgaand aan de zitting aan dat het griffierecht niet betaald zou worden, waardoor de verzoeken niet inhoudelijk zijn behandeld. De voorzieningenrechter verklaarde de verzoeken daarom niet-ontvankelijk.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.