Partijen zijn gehuwd sinds 2016 en hebben een minderjarig kind geboren in 2018. Zij verzoeken gezamenlijk de echtscheiding uit te spreken en regelen het hoofdverblijf van het kind, de zorgverdeling, kinderalimentatie en het huurrecht van de echtelijke woning.
Hoewel de wet vereist dat bij een verzoek tot echtscheiding een ouderschapsplan wordt overgelegd, is dit niet gebeurd omdat partijen ondanks uitgebreide onderhandelingen geen overeenstemming konden bereiken. De rechtbank verklaart de verzoeken ontvankelijk omdat partijen het eens zijn over het hoofdverblijf en de reguliere zorgregeling, maar verschillen over vakanties en kinderalimentatie.
De rechtbank wijst de echtscheiding toe wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. Het hoofdverblijf van het kind wordt bij de moeder vastgesteld. De zorgregeling bepaalt dat het kind drie van de vier weken van donderdagmiddag tot zondagmiddag bij de vader verblijft, met vakanties en feestdagen verdeeld in onderling overleg. De man wordt verplicht een maandelijkse kinderalimentatie van €264 te betalen, gebaseerd op zijn draagkracht en een zorgkorting van 35% vanwege de zorgverdeling.
Het huurrecht van de echtelijke woning wordt aan de man toegewezen, aangezien hij daar nog woont en de vrouw elders huurt. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is op 11 april 2024 uitgesproken door de rechtbank Zeeland-West-Brabant.