ECLI:NL:RBZWB:2024:2586
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering belastbaar inkomen sparen en beleggen op grond van werkelijk rendement
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2021, waarbij de inspecteur het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen had vastgesteld op €483. De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat belanghebbende een appartement en parkeerplaats bezit met een aandeel in VvE-reserves van €11.460 en banktegoeden van €130.053.
De inspecteur had het forfaitaire rendement van 5,69% toegepast op de VvE-reserves, conform de Wet rechtsherstel box 3, maar belanghebbende stelde dat het werkelijk behaalde rendement lager was. De rechtbank volgde het standpunt van belanghebbende en oordeelde dat het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen moet worden vastgesteld op het werkelijk behaalde rendement van €3.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, verlaagde de aanslag dienovereenkomstig en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. Hiermee wordt rechtsherstel geboden aan belanghebbende wegens onrechtmatige belastingheffing volgens de nieuwe wetgeving.
Uitkomst: Het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen wordt verminderd tot het werkelijk behaalde rendement van €3.