Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Beoordeling
zo lang als nodig ter afwending van dreigend ernstig nadeel.
4.Beslissing
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] ;
22 april 2026.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 22 april 2024 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1978, op verzoek van de officier van justitie. Het verzoek betrof het toepassen van verplichte zorg conform artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), vanwege een psychische stoornis die leidt tot ernstig nadeel.
Betrokkene lijdt aan neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en schizofreniespectrumstoornissen, wat in het verleden heeft geleid tot levensbedreigende situaties tijdens psychotische episodes. De rechtbank concludeerde dat er geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel, zoals levensgevaar en ernstige verwaarlozing, af te wenden.
De verplichte zorg omvat onder meer medicatietoediening, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, toezicht, en opname in een accommodatie. Betrokkene heeft via een referteverklaring ingestemd met het verzoek en ziet af van het recht om gehoord te worden. De machtiging wordt verleend voor de duur van twee jaar, met het oog op stabilisatie en herstel van de geestelijke gezondheid.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twee jaar voor verplichte zorg om ernstig nadeel af te wenden.