ECLI:NL:RBZWB:2024:2630

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 april 2024
Publicatiedatum
22 april 2024
Zaaknummer
RK 23-030029
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 535 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak

Verzoeker, vrijgesproken bij vonnis van 4 september 2023, diende een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten rechtsbijstand, reiskosten en gederfde inkomsten. De rechtbank hield de raadkamerzitting op 2 april 2024 waarbij de advocaat van verzoeker een factuur en urenspecificatie overhandigde.

De rechtbank beoordeelde dat de kosten rechtsbijstand van € 1.806,00 voldoende waren onderbouwd en billijk waren. Ook werd een bedrag van € 12,99 aan reiskosten toegewezen, conform de conclusie van het Openbaar Ministerie en instemming van de advocaat. De vergoeding voor gederfde inkomsten van € 88,84 werd afgewezen omdat de salarisstrook niet de naam van verzoeker vermeldde en onduidelijk was of verzoeker in loondienst was.

De forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift werd gematigd tot € 340,00 vanwege de gebrekkige onderbouwing van het verzoek. De totale toegewezen vergoeding bedroeg € 2.158,99 en zal worden overgemaakt op de rekening van verzoeker. Tegen deze beslissing kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en reiskosten wordt toegewezen, vergoeding gederfde inkomsten afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer : 96-156245-21
raadkamernummer : 23-030029
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 4 december 2023 , in de zaak:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ,
wonende op het [woonadres] ,
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 1.806,00, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • een bedrag voor vergoeding van reiskosten;
  • € 88,84, voor vergoeding van de gederfde inkomsten;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de aantekening van het mondelinge vonnis van de kantonrechter van 4 september 2023 waarbij verzoeker is vrijgesproken;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 2 april 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. N.R. Coffi als gemachtigd advocaat van verzoeker.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Ter zitting heeft mr. Coffi de factuur en urenspecificatie overgelegd die in het rechtbankdossier ontbraken.
Namens verzoeker is aangevoerd dat hij bij vonnis van de kantonrechter van 4 september 2023 is vrijgesproken. Verzoeker heeft kosten gemaakt voor de aan hem verleende rechtsbijstand in verband met de strafzaak en verzoekt daarvoor een vergoeding van € 1.806,00. Daarnaast vraagt verzoeker een vergoeding van zijn reiskosten en zijn gederfde inkomsten van € 88,84. Het toegewezen bedrag dient te worden vermeerderd met de forfaitaire vergoeding. In raadkamer heeft de advocaat daaraan toegevoegd dat, gelet op de conclusie van het Openbaar Ministerie, het bedrag aan inkomstenderving netto kan worden toegewezen in plaats van het gevorderde brutobedrag. Wel dient er dan rekening te worden gehouden met het misgelopen vakantiegeld en de niet opgebouwde vakantie-uren. Het nettobedrag dient te worden vermeerderd met 2 x 8%. Ter onderbouwing van de stelling dat verzoeker daadwerkelijk verlof heeft opgenomen heeft de advocaat een verlofaanvraag overgelegd. In het verzoekschrift was geen bedrag aan reiskosten genoemd. De advocaat gaat akkoord met het door de officier van justitie in zijn conclusie genoemde bedrag aan reiskosten van € 12,99.
De officier van justitie heeft zich voorafgaand aan de raadkamerzitting schriftelijk op het standpunt gesteld dat het verzoekschrift gedeeltelijk kan worden toegewezen. De kosten voor de rechtsbijstand komen voor vergoeding in aanmerking. De vergoeding voor gederfde inkomsten dient te worden afgewezen: uit het verzoekschrift en de overlegde stukken volgt niet dat verzoeker daadwerkelijk verlof heeft moeten opnemen, aldus de officier van justitie. Bovendien ontbreekt de naam van verzoeker op de salarisstrook. Subsidiair stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat de gederfde inkomsten van verzoeker kunnen worden toegewezen tot een bedrag van € 68,96. De advocaat heeft het bruto uurloon verzocht, terwijl het netto uurloon voor vergoeding in aanmerking komt. Ook het aantal verzochte kilometers in verband met de reiskosten dient te worden gematigd, omdat deze worden berekend vanaf het woonadres van verzoeker, te weten 23,2 kilometer. De verzochte reiskosten kunnen worden toegewezen tot een bedrag van € 12,99.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de advocaat was toegevoegd, in de kosten van een advocaat.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van
€ 1.806,00is, na het overleggen van de urenstaat en factuur, in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Verzoeker heeft om vergoeding van zijn reiskosten verzocht, maar hierbij geen bedrag genoemd. Het Openbaar Ministerie gaat uit van een bedrag van
€ 12,99. De advocaat van verzoeker heeft hiermee ingestemd. Gelet op de aanwezigheid van verzoeker bij de inhoudelijke behandeling van de zaak, de reisafstand en de gebruikelijke kilometervergoeding, wijst de rechtbank ook dit bedrag toe.
Verzoeker heeft een bedrag ter hoogte van
€ 88,84verzocht voor inkomstenderving. Verzoeker heeft een salarisstrook en verlofaanvraag overlegd. Op de salarisstrook wordt echter de naam van verzoeker niet genoemd. De rechtbank kan bovendien onvoldoende vaststellen of verzoeker in loondienst werkzaam was of als zzp’er. Gelet daarop acht de rechtbank het verzoek onvoldoende onderbouwd en wijst dit bedrag af.
Hoewel voor verzoekschriften als het onderhavige forfaitaire bedragen gelden, kan daarvan worden afgeweken. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvoor in dit geval reden. Het verzoekschrift is enkel in raadkamer behandeld omdat het verzoekschrift het bedrag aan verzochte reiskosten niet noemde en een deugdelijke onderbouwing van de gederfde inkomsten ontbrak. Tegen die achtergrond is de rechtbank van oordeel dat het in dit geval niet gerechtvaardigd is om ten laste van de staat de hoge forfaitaire vergoeding toe te kennen. De rechtbank kent het forfaitaire bedrag van
€ 340,00toe voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 2.158,99, bestaande uit:
- € 1.806,00 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 12,99 aan reiskosten; en
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
wijst het verzoek voor het overige af;
bepaalt dat een bedrag van
€ 2.158,99zal worden overgemaakt op [rekeningnummer]
ten name van [verzoeker] , onder vermelding van “verzoekschrift inzake [verzoeker] (23-030029)”.
Deze beslissing is op 19 april 2024 genomen door mr. J.C.A.M. Los, rechter, in tegenwoordigheid van K. Verdult, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).