Op 22 april 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant verdachte veroordeeld voor het bezit van circa 41 gram hasjiesj, 3450 gram hennep, 54,83 gram cocaïne, 1032 MDMA-pillen, 685 gram amfetamine en 16,93 gram 3-CMC. De feiten vonden plaats op 28 september 2023 in een woning te [plaats]. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd tijdens de zitting van 8 april 2024.
De verdediging voerde aan dat er sprake was van misbruik van bevoegdheden tijdens de bestuurlijke controle die voorafging aan de strafrechtelijke doorzoeking, en dat rekening gehouden moest worden met de in overleveringsdetentie doorgebrachte periode. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van détournement de pouvoir en dat de overleveringsdetentie niet strafverminderend kon worden meegewogen omdat deze betrekking had op een andere strafzaak.
De rechtbank hield rekening met het strafblad van verdachte en de ernst van het bezit van drugs, en legde een gevangenisstraf van zeven maanden en een taakstraf van 180 uur op. Tevens werd vervangende hechtenis van 90 dagen opgelegd voor het niet nakomen van de taakstraf. Verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten.