ECLI:NL:RBZWB:2024:2652
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Borm
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot terugbetaling onverschuldigde betaling na opheffing faillissement
Eiser heeft op 14 februari 2022 een bedrag van €3.350 overgemaakt op de bankrekening van gedaagde, zonder dat daar een rechtsgrond voor bestond. Eiser vorderde terugbetaling nadat een eerdere procedure tegen de opvolger van de vennootschap van gedaagde was afgewezen. Gedaagde voerde verweer dat de betaling onderdeel was van de faillissementsboedel van haar echtgenoot, die failliet was verklaard.
De rechtbank oordeelt dat het faillissement van de echtgenoot inmiddels is opgeheven wegens gebrek aan baten, waardoor schuldeisers hun vorderingen weer kunnen innen. De betaling is gedaan op de bankrekening van gedaagde zelf, waardoor zij als ontvanger wordt aangemerkt, ongeacht het faillissement. Het ontbreken van voordeel bij gedaagde doet hieraan niet af.
Op grond van artikel 6:203 BW Pro is voldaan aan de voorwaarden voor onverschuldigde betaling. De vordering van eiser wordt daarom toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 6 september 2023 en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €3.350 met wettelijke rente en proceskosten.