Op 20 februari 2023 vond tijdens carnaval in Breda een incident plaats waarbij verdachte een vrouw mishandelde door haar met kracht op de lip te slaan, wat resulteerde in een gescheurde bovenlip en het verlies van drie voortanden. Het letsel vereiste ingrijpende tandheelkundige behandelingen, waaronder implantaten, en veroorzaakte blijvende littekens en langdurige fysieke en psychische klachten bij het slachtoffer.
Verdachte voerde een beroep op noodweer aan omdat hij zijn dochter zou hebben willen verdedigen, maar de rechtbank verwierp dit verweer omdat niet aannemelijk is geworden dat er sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding of dreigend gevaar. De feiten tonen aan dat verdachte en zijn dochter de confrontatie bewust hebben opgezocht.
De rechtbank achtte de mishandeling wettig en overtuigend bewezen en oordeelde dat verdachte strafbaar is. Gezien de ernst van het feit, het blanco strafblad van verdachte, het positieve reclasseringsrapport en het lage recidiverisico, legde de rechtbank een taakstraf van 120 uur op, lager dan de door het OM gevorderde 150 uur. Een geheel voorwaardelijke straf werd afgewezen vanwege de ernst van het letsel en de impact op het slachtoffer.
De rechtbank benadrukte dat verdachte deels zijn handelen probeerde te rechtvaardigen, wat afkeurenswaardig is. De opgelegde straf houdt rekening met de grote gevolgen voor het slachtoffer, maar acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend. De taakstraf kan worden omgezet in 60 dagen hechtenis bij niet-naleving.
Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 23 april 2024.