ECLI:NL:RBZWB:2024:2662

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 april 2024
Publicatiedatum
23 april 2024
Zaaknummer
10798606 CV EXPL 23-3898 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Zander
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling vordering tankstation na tanken zonder betalen toegewezen

De Stichting Service Organisatie Directe Aansprakelijkstelling (SODA) vordert betaling van een bedrag van €300,58 van de gedaagde, die op 22 juni 2022 brandstof heeft getankt zonder te betalen. Ondanks meerdere aanmaningen en contactmomenten heeft de gedaagde de hoofdsom niet voldaan, waarna SODA de procedure startte.

De gedaagde erkent het tanken, maar voert aan dat er sprake was van een pinstoring waardoor de betaling niet is verwerkt en dat hij ervan uitging dat de vordering zou worden ingetrokken na contact met het tankstation en SODA. De rechtbank oordeelt dat de gedaagde dit verweer onvoldoende heeft onderbouwd, onder meer omdat hij geen bewijs leverde van de pinstoring en geen alternatieve betalingspogingen heeft gedaan.

De rechtbank wijst de vordering toe, verminderd met de reeds gedane betaling, en veroordeelt de gedaagde tevens in de proceskosten. Het verzoek om een ander incident nietig te verklaren wordt afgewezen wegens gebrek aan bevoegdheid en belang. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande tankrekening, wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 10798606 CV EXPL 23-3898
vonnis d.d. 3 april 2024
inzake
de stichting Stichting Service Organisatie Directe Aansprakelijkstelling (SODA),
gevestigd en kantoorhoudende te Amersfoort,
eiseres,
gemachtigde: [gemachtigde] gerechtsdeurwaarders te [plaats 1] ,
tegen
[gedaagde],
wonende te ( [postcode] ) [plaats 2] aan het [adres] ,
gedaagde,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna “Soda” en “ [gedaagde] ” genoemd.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. de dagvaarding van 30 oktober 2023 met producties;
b. de brief van [gedaagde] van 18 november 2023 met bijlages;
c. de conclusie van repliek van 20 december 2023;
d. de brief van [gedaagde] van 13 januari 2024 met bijlages;
e. de akte uitlating producties van 31 januari 2024.

2.Het geschil

2.1
Soda vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 300,58, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 250,57 vanaf 20 oktober 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proces- en nakosten.
2.2
[gedaagde] voert verweer.

3.De beoordeling

3.1
Tussen partijen staat het volgende vast:
- Soda is een onderneming die zich toelegt op het verrichten van diensten tot het beperken van schade ten gevolge van onder meer wanprestatie en onrechtmatige gedragingen;
- op 22 juni 2022 heeft [gedaagde] getankt bij het [tankstation] te [plaats 2] (verder: het tankstation) voor een bedrag van € 119,57 zonder daarvoor te betalen;
- op 31 augustus 2022, 8 september 2022, 8 december 2022 en 7 september 2023 hebben Soda of haar gemachtigde [gedaagde] aangeschreven tot betaling van de vordering van het tankstation;
- op 22 september 2022 is er door of namens [gedaagde] telefonisch contact opgenomen met Soda met betrekking tot de vordering;
- op 18 januari 2023 heeft [gedaagde] contact opgenomen met Soda, waarin hij aangeeft dat hij contact heeft opgenomen met het tankstation en naar aanleiding van het gesprek met een medewerker van het tankstation ervan uit was gegaan dat de aansprakelijkheidstelling zou worden ingetrokken;
- op 1 november 2023 heeft [gedaagde] een bedrag van € 300,58 aan de gemachtigde van Soda overgemaakt.
3.2
Soda stelt dat [gedaagde] brandstof heeft afgenomen bij het tankstation zonder daarvoor te betalen. Hierdoor is [gedaagde] tekort geschoten in de nakoming van de tussen hem en het tankstation gesloten koopovereenkomst of heeft hij onrechtmatig gehandeld ten opzichte van het tankstation. Soda heeft namens het tankstation kosten moeten maken om de identiteitsgegevens van [gedaagde] te achterhalen en hem aan te schrijven. Soda dient de koopsom en de ontstane schade te vergoeden. Hij gaat daar, ondanks sommaties, niet toe over, zodat hij rente en kosten verschuldigd is geworden. Op het verweer van [gedaagde] voert Soda aan dat er inderdaad tweemaal contact is geweest. Soda heeft naar aanleiding van het verweer contact opgenomen met het tankstation, maar het tankstation heeft aangegeven dat de vordering correct is. Daarop heeft Soda de inning van de vordering weer opgepakt. Het andere incident, waar [gedaagde] naar verwijst, berust op foute berichtgeving van de politie. Die zaak is ingetrokken. De betaling van [gedaagde] is ontvangen, maar [gedaagde] heeft nagelaten de op dat moment al gemaakte proceskosten te voldoen, zodat Soda de procedure heeft voortgezet.
3.3
[gedaagde] voert aan dat hij telefonisch contact heeft opgenomen met Soda om aan te geven dat het om een vergissing gaat. Hij tankt vaker bij het tankstation en gaat altijd afrekenen. Hij is op suggestie van Soda langsgegaan bij het tankstation en daar werd aangegeven dat ze geen aangifte of foto hebben gevonden van het gestelde incident. [gedaagde] ging er dan ook vanuit dat de vordering zou worden ingetrokken. Een aantal maanden later is Soda weer gaan sommeren. Ook toen heeft [gedaagde] contact opgenomen met Soda, maar daarop heeft zij niet gereageerd. Zeven maanden later werd er pas gedagvaard door Soda. In de dagvaarding is ten onrechte opgenomen dat [gedaagde] niet gereageerd heeft op de sommaties van Soda. Om verdere kosten te voorkomen heeft [gedaagde] de hoofdsom voldaan. Bij de dagvaarding zat bovendien pas een foto, zodat [gedaagde] toen pas kon zien dat hij degene is geweest die de brandstof heeft afgenomen. Op de verdere beelden moet te zien zijn dat hij binnen bij het tankstation is gaan pinnen. Het pinapparaat heeft de betaling waarschijnlijk niet verwerkt. De gemachtigde van Soda en Soda hebben op het verzoek van [gedaagde] dit bewijs niet eerder overgelegd dan bij de dagvaarding en hebben ook niet gereageerd op het verweer van [gedaagde] en zijn e-mailbericht. Als zij adequaat hadden gehandeld had [gedaagde] eerder betaald en had hem dat kosten gescheeld. [gedaagde] vraagt dan ook om een terugbetaling van € 50,00, Soda in de kosten te veroordelen en de vermeende brandstofdiefstal te Zwolle (ander incident) nietig te verklaren.
3.4
Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] heeft getankt bij het tankstation op 22 juni 2022. [gedaagde] heeft niet weersproken dat het gaat om een bedrag van € 119,57 en dat op dat moment niet door hem is betaald.
3.5
[gedaagde] voert aan dat sprake is van een misverstand, nu hij getracht heeft te betalen, maar de pinbetaling waarschijnlijk niet is verwerkt. Ook is hij na ontvangst van de eerste sommaties navraag gaan doen bij het tankstation en werd hem medegedeeld dat zij niet bekend waren met het gestelde incident. Gelet op de reactie van Soda op die stellingen zijn partijen het oneens of [gedaagde] na het tanken het tankstation is binnengegaan en heeft geprobeerd om te betalen. [gedaagde] voert dit als verweer aan en stelt dat hij vanwege een pinstoring niet heeft kunnen pinnen. [gedaagde] heeft zijn verweer, dat er een pinstoring was, niet onderbouwd met gegevens waaruit dit blijkt, wat wel van hem mocht worden verlangd. Ook heeft [gedaagde] niet aangegeven waarom hij in het geval van een pinstoring niet op een andere wijze (bijvoorbeeld door middel van een bankoverschrijving of schuldbekentenis) heeft betaald. Aldus heeft [gedaagde] zijn verweer onvoldoende onderbouwd en wordt hieraan voorbij gegaan. [gedaagde] heeft evenmin niet onderbouwd dat hij gesproken heeft met een medewerker van het tankstation en dat hem zou zijn bevestigd dat de aansprakelijkheidsstelling zou worden ingetrokken. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] zijn verweer onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter gaat dan ook voorbij aan het verweer, zodat de hoofdsom van € 250,57 toewijsbaar is.
3.6
[gedaagde] maakt vervolgens bezwaar tegen de kosten en rente. Soda had naar zijn mening eerder en meer zorgvuldig op zijn verweer kunnen reageren, zodat de kosten niet zouden zijn opgelopen. De kantonrechter overweegt dat de wijze van handelen van (de gemachtigde van) Soda niet maakt dat daarmee de gemaakte kosten onterecht zijn gemaakt. Daarbij volgt uit de opsomming van de contactmomenten tussen partijen, zoals weergegeven onder 3.1, dat [gedaagde] ook niet altijd direct heeft gereageerd op sommaties van of namens Soda. Daarbij had [gedaagde] op een eerder moment de hoofdsom kunnen voldoen, al dan niet onder protest, om de kosten te voorkomen. In beginsel is [gedaagde] de kosten en rente dan ook verschuldigd.
3.7
Soda vordert buitengerechtelijke kosten van € 40,00. Uit de overgelegde producties bij dagvaarding volgt dat Soda een zogenoemde veertiendagenbrief heeft gestuurd, zodat is voldaan aan het vereiste van artikel 6:96 lid 6 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Het gevorderde bedrag komt vervolgens overeen met de geldende forfaitaire tarieven, zodat het gevorderde bedrag toewijsbaar is.
3.8
De wettelijke rente is, als gegrond op de wet, toewijsbaar.
3.9
Tussen partijen staat vast dat de betaling van [gedaagde] van € 300,58 op 2 november 2023 door Soda is ontvangen. Daarmee is een groot deel van de vordering voldaan. De kantonrechter zal dan ook enkel de rente over de hoofdsom toewijzen vanaf 20 oktober 2023 tot 2 november 2023.
3.1
Voor de volledigheid overweegt de kantonrechter dat het niet noemen van het verweer in de dagvaarding er niet toe kan leiden dat de vordering wordt afgewezen. [gedaagde] heeft immers voldoende de gelegenheid gehad zijn verweer in deze procedure naar voren te brengen.
3.11
Het verzoek van [gedaagde] om het andere incident nietig te verklaren kan niet worden toegewezen. De kantonrechter is daartoe niet bevoegd. Daar komt bij dat [gedaagde] geen vordering in reconventie heeft ingesteld en hij geen belang heeft bij zijn verzoek. Soda heeft immers afstand gedaan van die vordering.
3.12
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). Soda heeft niet onderbouwd op grond waarvan tweemaal kosten moesten worden gemaakt voor een uittreksel uit de Basisregistratie personen. De kantonrechter zal dan ook een bedrag van € 0,59 toekennen. De proceskosten van Soda worden begroot op:
- dagvaarding € 107,84;
- griffierecht € 128,00;
- salaris gemachtigde € 100,00 (2,5 punt à € 40,00);
- nakosten
€ 20,00+;
Totaal € 355,84.

4.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Soda te betalen de wettelijke rente over een bedrag van € 250,57 vanaf 20 oktober 2023 tot 2 november 2023;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 355,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op
3 april 2024.