Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] ;
10 april 2025;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 april 2024 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, die lijdt aan een schizo-affectieve stoornis. De machtiging is een vervolg op een eerdere machtiging die op 29 maart 2024 afliep. De officier van justitie verzocht om verlenging voor twaalf maanden met meerdere vormen van verplichte zorg, waaronder medicatie, bewegingsvrijheid beperken, insluiting en opname.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan dat het beter gaat en dat hij openstaat voor vrijwillige behandeling, hoewel hij opziet tegen opname. De advocaat van betrokkene pleitte primair voor afwijzing en subsidiair voor beperking van de duur en zorgvormen. De verpleegkundig specialist onderschreef het verzoek, maar vond sommige zorgvormen niet noodzakelijk op dit moment.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene een ernstige psychische stoornis heeft met risico op ernstig nadeel, waaronder levensgevaar door eerdere suïcidepogingen. De situatie is nog pril en onvoldoende stabiel voor vrijwillige zorg. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk, maar beperkt tot medicatie, medische controles en beperkingen in het eigen leven. Andere zorgvormen werden afgewezen wegens onvoldoende noodzaak.
De zorgmachtiging wordt voor twaalf maanden verleend, omdat dit bijdraagt aan stabiliteit zonder betrokkene te hinderen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is evenredig en effectief. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De zorgmachtiging wordt verlengd voor twaalf maanden met verplichte zorg beperkt tot medicatie, medische controles en beperkingen in het eigen leven.