Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] ;
10 april 2025;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 10 april 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een chronische psychische stoornis met paranoïde psychotische kenmerken. Betrokkene is sinds vijf jaar onder een zorgmachtiging en stelt dat hij geen psychoses meer heeft en geen gevaar vormt, terwijl deskundigen het tegendeel bevestigen.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan geen medicatie meer te willen en vertrok voortijdig uit de zittingsruimte. De verpleegkundig specialist en moeder van betrokkene gaven uiteenlopende verklaringen over de noodzaak van voortzetting van verplichte zorg. De rechtbank concludeerde dat betrokkene een ernstige psychische stoornis heeft die leidt tot ernstig nadeel en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is.
De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting, toezicht en onderzoek op gedrag-beïnvloedende middelen. Het beperken van communicatiemiddelen werd niet noodzakelijk geacht. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is proportioneel en effectief.
De zorgmachtiging wordt voor de duur van twaalf maanden verleend. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorgvormen om ernstig nadeel te voorkomen.