Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1955 te [geboorteplaats];
10 oktober 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 10 april 2024 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een ernstige psychische stoornis. Betrokkene verblijft momenteel op een open afdeling maar loopt regelmatig weg, wat gevaarlijk is. De psychiater en andere deskundigen stelden dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstige nadelen zoals lichamelijk letsel en verwaarlozing te voorkomen.
De rechtbank nam kennis van medische verklaringen, zorgplannen en getuigenverklaringen van betrokkenen waaronder de psychiater, verpleegkundigen en de mentor. Er is onduidelijkheid over de meest geschikte woonplek voor betrokkene en of een zorgmachtiging (Wvggz) of rechterlijke machtiging (Wzd) passend is. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht en verzet zich tegen de zorgmachtiging.
De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk voor het toedienen van medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie. Het beperken van communicatiemiddelen werd niet noodzakelijk geacht. Omdat de woonplek en het wettelijke kader nog onduidelijk zijn, werd de machtiging beperkt tot zes maanden. De rechtbank verwacht binnen die termijn duidelijkheid over de woonplek en het juiste kader. De beschikking werd op 10 april 2024 mondeling gegeven en op 24 april schriftelijk vastgelegd.
Uitkomst: Zorgmachtiging verleend voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen, afwijzing van verzoek tot twee jaar.