Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
[gedaagde 5],
[gedaagde 6],
[gedaagde 7],
[gedaagde 8],
[gedaagde 9],
[gedaagde 10],
[gedaagde 11],
[gedaagde 12],
[gedaagde 13],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 2 augustus 2023 en daarin genoemde stukken
- de conclusie van antwoord in reconventie van [eiser]
- de akte overlegging producties van [gedaagde 8] , [gedaagde 9] en [gedaagde 10] met producties 8 t/m 12
- de akte overlegging producties van [gedaagden] met productie 1
- de mondelinge behandeling op 17 april 2024 en de bij die gelegenheid door mr. Boiten overgelegde spreekaantekeningen met 1 bijlage en de door mr. Hoppenbrouwers overgelegde spreekaantekeningen. Op de mondelinge behandeling hebben mr. Odekerken en mr. Van den Heuvel aangegeven dat de door hen ingestelde reconventionele vorderingen als een verweer moeten worden beschouwd. Op grond hiervan gaat de rechtbank ervan uit dat de reconventionele vorderingen zijn getrokken.
2.De feiten
- gedaagde 1, [gedaagde 2] , gedaagde 3, [gedaagde 4] , [gedaagde 5] en gedaagde 6;
- wijlen mevrouw [naam 1] , met achterlating van één afstammeling, te weten gedaagde 7;
- wijlen de heer [naam 2] , met achterlating van vier afstammelingen, te weten [eiser] , [gedaagde 8] , [gedaagde 9] en [gedaagde 10] ;
- wijlen mevrouw [naam 3] , met achterlating van drie afstammelingen, te weten gedaagde 11, gedaagde 12 en gedaagde 13;
- één kind dat is vooroverleden zonder achterlating van afstammelingen.
- [sectie 1] , [nummer 1]
- [sectie 1] , [nummer 2]
- [sectie 1] , [nummer 3]
- [sectie 1] , [nummer 4]
- [sectie 2] , [nummer 5]
- [sectie 2] , [nummer 6]
- [sectie 3] , [nummer 7]
- [sectie 4] , [nummer 8]
- [sectie 4] , [nummer 9]
- [sectie 3] , [nummer 10] .
- gedaagde 1, [gedaagde 2] , gedaagde 3, [gedaagde 4] , [gedaagde 5] en gedaagde 6 ieder 1/9e
- [eiser] , [gedaagde 8] , [gedaagde 9] en [gedaagde 10] ieder 1/36e
- gedaagde 11, gedaagde 12 en gedaagde 13 ieder 1/27e.