Eiser diende op 7 augustus 2023 een aanvraag in bij de minister van Economische Zaken en Klimaat op grond van de Wet open overheid (Woo). Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde eiser de minister op 30 augustus 2023 in gebreke. De minister ontving de aanvraag echter pas op 31 augustus 2023, waardoor de beslistermijn van vier weken startte op die datum en uiterlijk op 28 september 2023 had moeten eindigen.
Omdat de minister niet binnen deze termijn had beslist, stuurde eiser op 23 oktober 2023 een e-mail als ingebrekestelling. Na het verstrijken van twee weken zonder besluit, stelde eiser beroep in bij de rechtbank. De minister gaf aan dat het verzoek omvangrijk is en nam op 8 december 2023 een eerste deelbesluit. Op 22 maart 2024 meldde de minister dat gesprekken met eiser plaatsvonden en verwachtte binnen zes weken te beslissen.
De rechtbank oordeelde dat de minister alsnog binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit moet nemen. Tevens legde de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt. Daarnaast moet de minister het griffierecht van €184 aan eiser vergoeden. Het beroep is daarmee kennelijk gegrond verklaard.