ECLI:NL:RBZWB:2024:2729
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke ISD-maatregel wegens overschrijding termijn
De officier van justitie vorderde de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke ISD-maatregel die aan betrokkene was opgelegd met een proeftijd van twee jaar. De proeftijd eindigde op 9 juni 2023, maar de vordering tot tenuitvoerlegging werd pas op 19 maart 2024 ingediend.
De verdediging stelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de vordering te laat was ingediend. Hoewel de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissing (Wet usb) geen termijn voor indiening noemt, stelde de rechtbank dat dit een omissie van de wetgever is en dat de oude termijn van drie maanden na het einde van de proeftijd uit artikel 14g Sv nog steeds geldt.
De rechtbank concludeerde dat de vordering ruim buiten deze termijn viel en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk. De beslissing werd mondeling uitgesproken op 12 april 2024 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging wegens overschrijding van de termijn.