Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 april 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , gevestigd te [plaats 1] , belanghebbende
de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid), de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 30;
- veroordeelt de minister tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 70.
- bepaalt dat de heffingsambtenaar de helft van het griffierecht, zijnde € 182,50 aan belanghebbende moet vergoeden;
- bepaalt dat de minister de helft van het griffierecht, zijnde € 182,50 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 109,37 aan proceskosten aan belanghebbende;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 109,38 aan proceskosten aan belanghebbende.