Belanghebbende, eigenaar van een café met woning te Breda, betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €332.000 per 1 januari 2022. De heffingsambtenaar baseerde de waarde op een taxatierapport en corrigeerde deze met 6% vanwege de coronapandemie. Belanghebbende stelde dat de correctie 12% had moeten bedragen en dat een schenking van €100.000 de waarde beïnvloedde.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de coronacorrectie en dat de schenking niet leidt tot een lagere WOZ-waarde, omdat de waardering uitgaat van de marktwaarde bij verkoop. De bewijslast lag bij de heffingsambtenaar, die deze heeft voldaan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast is de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsfase met circa twee maanden overschreden. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding van €50 toe aan belanghebbende. Ook worden proceskosten van €218,75 en het griffierecht van €50 aan belanghebbende vergoed. De WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting blijven gehandhaafd.