ECLI:NL:RBZWB:2024:2754
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde winkelpand na coronapandemie, beroep ongegrond
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een winkelpand in [plaats 2], vastgesteld op €1.246.000 per 1 januari 2022. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde of de waarde te hoog was vastgesteld, waarbij zij het toetsingskader van de Wet WOZ en de Uitvoeringsregeling toepaste. Belanghebbende stelde dat de coronapandemie het gebruik van het pand ernstig had beperkt en dat de kapitalisatiefactor en huurwaarde te hoog waren vastgesteld. De heffingsambtenaar had een correctie van 4% toegepast en gebruikte onderbouwde vergelijkingsobjecten en huurtransacties.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan en dat de correctie ruim voldoende was om rekening te houden met de coronamaatregelen. De door belanghebbende voorgestelde lagere waarde werd onvoldoende onderbouwd. Daarnaast werd geen overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld, zodat geen immateriële schadevergoeding werd toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting voor 2022 gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €1.246.000 voor 2022 blijft gehandhaafd.