De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 april 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de WOZ-waarden van meerdere woningen gelegen te [plaats 2]. Belanghebbende, een stichting, had beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 8 december 2022, waarin de WOZ-waarden en bijbehorende belastingaanslagen waren vastgesteld.
Tijdens de zitting op 15 maart 2024 bereikten partijen overeenstemming over een vermindering van de WOZ-waarden met 5% voor de woningen aan [adres 1] en [adres 2] tot en met [adres 4]. De rechtbank heeft deze vaststelling overgenomen en de beroepen gegrond verklaard. Hierdoor worden de WOZ-waarden aangepast en de aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing dienovereenkomstig verminderd.
Daarnaast heeft de rechtbank bepaald dat de heffingsambtenaar de griffierechten en proceskosten aan belanghebbende moet vergoeden. Partijen waren het eens over een totale proceskostenvergoeding van € 3.245, inclusief kosten voor bezwaarfase en beroepsfase. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.