Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 maart 2024;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken met bijlagen.
2.De feiten
3.De verzoeken
- ten aanzien van [minderjarige 3] en [minderjarige 4] een zorgregeling vast te stellen, waarbij zij eenmaal per week onder begeleiding contact hebben met hun vader voor de duur van 15 minuten;
- ten aanzien van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] de zorgregeling die de ouders in het ouderschapsplan hebben vastgelegd te wijzigen in een regeling waarbij zij eenmaal per week onder begeleiding contact hebben met hun vader voor de duur van 1-2 uur;
- te bepalen dat de GI de regie over de uitbreiding van de zorgregeling mag voeren;
- de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
- te bepalen dat de vader en de tweeling (baby’s [minderjarige 3] en [minderjarige 4] ) in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wekelijks recht hebben op (begeleide) omgang met elkaar gedurende minimaal 30 minuten, waarbij de GI in het kader van de ondertoezichtstelling deze basisregeling verder vorm kan geven en uitbreiden, althans dat de vader en de tweeling gerechtigd zijn tot omgang met elkaar conform een zodanige regeling als de rechtbank juist en redelijk acht; en
- in zoverre met wijziging van het co-ouderschapsplan van april 2021 (vgl. productie 1) te bepalen dat de vader, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wekelijks recht hebben op (begeleide) omgang met elkaar gedurende minimaal drie uur, waarbij de GI in het kader van de ondertoezichtstelling deze basisregeling verder vorm kan geven en uitbreiden, althans dat de vader, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gerechtigd zijn tot omgang met elkaar conform een zodanige regeling als de rechtbank juist en redelijk acht; en
- te bepalen dat de vader en de kinderen wekelijks op een door de GI in overleg met de vader te bepalen dag en tijdstip recht hebben op contact met elkaar middels beeldbellen, althans dat de vader en de kinderen gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar middels beeldbellen conform een zodanige beeldbelregeling als de rechtbank juist en redelijk acht; en
- kosten rechtens.