Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 1954 te [geboorteplaats] ;
15 april 2025.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 april 2024 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1954, op verzoek van de officier van justitie. Het verzoek betreft het verlenen van verplichte zorg conform artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan diverse psychische stoornissen, waaronder depressieve-stemmingsstoornissen en verslavingsstoornissen, die leiden tot ernstig nadeel zoals levensgevaar, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan het goed te maken en vond zij het prettig een zorgmachtiging te hebben, maar zij wilde niet opgenomen worden in een accommodatie. De advocaat van betrokkene steunde het verzoek, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding, en benadrukte dat opname slechts een uiterste maatregel is. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige lichtte toe dat opname als stok achter de deur dient.
De rechtbank concludeerde dat vrijwillige zorg ontoereikend is vanwege zorgmijding en gebrek aan ziekte-inzicht. De verplichte zorg omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie indien noodzakelijk. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is evenredig en effectief. De machtiging geldt tot 15 april 2025.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorgvormen om ernstig nadeel af te wenden.