Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene],geboren op [geboortedag] 1980 te [land];
6 mei 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 april 2024 uitspraak gedaan in een rekestprocedure betreffende de voortzetting van een crisismaatregel voor betrokkene, die lijdt aan een psychische stoornis. De officier van justitie verzocht om verlenging van de crisismaatregel, gebaseerd op een acute crisissituatie waarbij ernstig lichamelijk en psychisch nadeel dreigde.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan het niet eens te zijn met het verzoek en wenste hij terug te keren naar huis en zijn familie. Betrokkene erkende medicatie- en drugsmisbruik, maar ontkende een psychische stoornis. De psychiater stelde dat betrokkene kwetsbaar is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om gevaar voor zichzelf en anderen te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat er een ernstig vermoeden bestaat van een psychische stoornis met onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder agressie en overlast. De voorgestelde verplichte zorg is proportioneel en noodzakelijk, terwijl minder bezwarende alternatieven ontbreken. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt daarom voor drie weken verleend.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met noodzakelijke verplichte zorg wordt verleend.