ECLI:NL:RBZWB:2024:2784

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2024
Publicatiedatum
29 april 2024
Zaaknummer
10690012 \ MB VERZ 23-1021
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens ontbreken fietsverlichting

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet voeren van zichtbaar wit/geel licht aan de voorzijde en/of rood licht aan de achterzijde van haar fiets op 26 april 2023 om 05.15 uur in Tilburg. Betrokkene stelde in beroep dat de lichten wel brandden tijdens de controle, maar ontkende de gedraging niet expliciet.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter baseerde zich op de verklaring van de verbalisant en concludeerde dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd.

Echter, vanwege het feit dat betrokkene de fiets van haar werkgever gebruikte en van Poolse afkomst is, was het mogelijk onduidelijk dat zij verantwoordelijk was voor de verlichting. Daarom matigde de kantonrechter de boete tot €30. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie vernietigd.

De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag aan betrokkene terug te betalen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter R.J.H. de Brouwer op 18 maart 2024.

Uitkomst: De boete wegens ontbreken van zichtbare fietsverlichting wordt gematigd tot €30 en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10690012 \ MB VERZ 23-1021
CJIB-nummer: 0062 5422 5742 1834
uitspraakdatum: 18 maart 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 maart 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.M. Oostdam (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: geen voortdurende zichtbaar wit/geel licht aan de voorzijde en/of zichtbaar rood licht aan de achterzijde van fiets voeren op 26 april 2023 om 05.15 uur op de Vlashoflaan in Tilburg.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat haar lichten branden ten tijde van de controle.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene ontkent de gedraging niet. Iedere verkeersdeelnemer moet zorgdragen voor licht op zijn of haar fiets. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep inhoudelijk ongegrond te verklaren.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat zij de fiets van haar werkgever ter beschikking heeft gekregen en zij van Poolse komaf is. Daardoor was het voor haar mogelijk onvoldoende duidelijk dat zij verantwoordelijk was voor zichtbaar licht op de fiets. De boete zal worden gematigd tot € 30.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat de boete wordt gematigd tot € 30,- plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 30,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. C.A. Lequin, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: