Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet voeren van zichtbaar wit/geel licht aan de voorzijde en/of rood licht aan de achterzijde van haar fiets op 26 april 2023 om 05.15 uur in Tilburg. Betrokkene stelde in beroep dat de lichten wel brandden tijdens de controle, maar ontkende de gedraging niet expliciet.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter baseerde zich op de verklaring van de verbalisant en concludeerde dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd.
Echter, vanwege het feit dat betrokkene de fiets van haar werkgever gebruikte en van Poolse afkomst is, was het mogelijk onduidelijk dat zij verantwoordelijk was voor de verlichting. Daarom matigde de kantonrechter de boete tot €30. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie vernietigd.
De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag aan betrokkene terug te betalen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter R.J.H. de Brouwer op 18 maart 2024.
Uitkomst: De boete wegens ontbreken van zichtbare fietsverlichting wordt gematigd tot €30 en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.