ECLI:NL:RBZWB:2024:2787

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 april 2024
Publicatiedatum
29 april 2024
Zaaknummer
23/2117
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens geen schending hoorplicht

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van €68,90 opgelegd door de gemeente Veere omdat zijn auto zonder betaling van parkeerbelasting was geparkeerd. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en belanghebbende ging in beroep bij de rechtbank.

De rechtbank onderzocht of de naheffingsaanslag terecht was opgelegd en of de hoorplicht door de heffingsambtenaar was geschonden. Belanghebbende stelde dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen om gehoord te worden, ondanks zijn verzoek daartoe. De heffingsambtenaar toonde aan dat meerdere uitnodigingen voor telefonische hoorzittingen waren gedaan, waarbij belanghebbendes gemachtigde niet op de verzoeken inging.

De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende inspanningen had verricht om belanghebbende te horen, waardoor geen schending van de hoorplicht was. Omdat belanghebbende geen inhoudelijke gronden tegen de naheffingsaanslag aanvoerde, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard wegens geen schending van de hoorplicht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/2117
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
(gemachtigde: N.G.A. Voorbach),
en
De heffingsambtenaar van de gemeente Veere,
de heffingsambtenaar

1.Inleiding

1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 6 maart 2023.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met [aanslagnummer].
1.3.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.4.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep van belanghebbende gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

2.Feiten

2.1.
De auto van belanghebbende, een Mercedes-Benz met [kenteken], stond op 30 oktober 2022 omstreeks 16:59 geparkeerd aan de Vrouwenpolder in Veere.
2.2.
Door parkeerambtenaren van de gemeente Veere werd geconstateerd dat de auto van belanghebbende geparkeerd stond zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was betaald.
2.3.
Vervolgens is door de heffingsambtenaar van Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd aan belanghebbende ter hoogte van €68,90.
2.4.
Belanghebbende heeft op 27 december 2022 bezwaar gemaakt tegen deze naheffingsaanslag. Dit bezwaar is op 6 maart 2023 ongegrond verklaard door de heffingsambtenaar, waarop belanghebbende in beroep is gegaan.

3.Beoordeling door de rechtbank

3.1.
De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar terecht de naheffingsaanslag aan belanghebbende heeft opgelegd en de vraag of de heffingsambtenaar de hoorplicht heeft geschonden. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden die belanghebbende heeft aangevoerd.
3.2.
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Schending hoorplicht?
3.3.
Belanghebbende voert aan dat hij onvoldoende in de gelegenheid is gesteld door de heffingsambtenaar om te worden gehoord en dat hij hierdoor in zijn procesbelang is geschonden. Belanghebbende heeft in zijn bezwaarschrift namelijk verzocht om gehoord te worden en dat dit verzoek niet is gehonoreerd. De heffingsambtenaar weerspreekt de stelling van belanghebbende en stelt dat hij belanghebbende meermaals in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord, maar dat belanghebbende hiervan heeft afgezien. Zo heeft de heffingsambtenaar meerdere data voorgesteld en heeft de heffingsambtenaar belanghebbende verzocht om contact met hem op te nemen.
3.4.
De heffingsambtenaar heeft de gemachtigde van belanghebbende uitgenodigd voor een telefonische hoorzitting op drie verschillende data, respectievelijk: maandag 27 februari 2023 om 14:00 uur, dinsdag 28 februari 2023 om 10:00 uur en vrijdag 3 maart 2023 om 10:00 uur. Vervolgens heeft gemachtigde van belanghebbende op 1 maart 2023 laten weten dat hij op 3 maart 2023 verhinderd was. Daarop heeft de heffingsambtenaar een nieuwe datum voorgesteld, namelijk 6 maart 2023 om 14:00 uur. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar meerdere malen aan belanghebbende verzocht om contact op te nemen om een hoorzitting in te plannen. Gemachtigde van belanghebbende is niet op deze verzoeken van de heffingsambtenaar ingegaan. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar voldoende inspanningen heeft verricht om gemachtigde van belanghebbende uit te nodigen voor een hoorzitting, waardoor er geen sprake is van een schending van de hoorplicht.
3.5.
Belanghebbende heeft geen inhoudelijke gronden aangevoerd tegen de naheffingsaanslag.
3.6.
De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht.

4.Conclusie en gevolgen

4.1.
Het beroep is ongegrond. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Toekoen, rechter, in aanwezigheid van R.P.H. Bukkems, griffier, op 30 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Hoger beroep moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.