De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 17 april 2024 uitspraak gedaan over het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2022. De gecertificeerde instelling (GI) heeft het verzoek ingediend omdat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd, mede door zorgen over de verzorging en opvoeding door de moeder.
Uit het verslag van de GI en de mondelinge behandeling blijkt dat de moeder de begeleidingsafspraken onvoldoende nakomt, het huis vaak rommelig is en er wisselende partners in het huis zijn, wat de hechtingsontwikkeling van de minderjarige bedreigt. Ook is er sprake van gedragsproblemen bij de minderjarige die mogelijk voortkomen uit het gebrek aan concrete en consequente opvoeding.
De moeder betwist de ernst van de zorgen en geeft aan dat zij veel van de minderjarige houdt, maar erkent de langdurigheid van de hulpverlening. De vader stemt in met de verlenging, mits er een passende omgangsregeling wordt vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat de gronden voor ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn en verlengt de maatregel tot 7 november 2024. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct kan worden uitgevoerd, ook bij hoger beroep.