Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens 19 km/u te hard rijden binnen de bebouwde kom op 30 augustus 2022 in Tilburg. Hij stelde beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens diende betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
Betrokkene voerde aan dat hij niet te hard had gereden, dat de lasermeting onbetrouwbaar was vanwege afstand, en dat mogelijk een andere auto harder reed. Tevens stelde hij dat hij onheus was bejegend en dat er sprake was van etnische profilering. De officier van justitie handhaafde de boete, stellende dat de lasergunmeting betrouwbaar was en dat er geen aanwijzingen waren voor een verkeerde aanhouding.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de overtreding is begaan. Er was geen bewijs voor etnisch profileren. Wel achtte de kantonrechter de klacht over de wijze van staandehouding en het ontbreken van een aanvullend proces-verbaal reden om de boete te matigen. Vanwege schending van de hoorplicht werd de boete gematigd tot nihil. Het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: De boete wegens te hard rijden wordt gematigd tot nihil wegens schending van de hoorplicht.