Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een boete opgelegd voor het rijden van 9 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op 11 juli 2022 in Tilburg. Hij stelde beroep in tegen deze boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter, die de zaak op 18 maart 2024 behandelde.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en een foto. Betrokkene bracht geen specifieke omstandigheden aan die twijfel rechtvaardigen. Wel werd vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht had geschonden door betrokkene niet te horen, wat volgens vaste rechtspraak leidt tot vernietiging van de beslissing.
De kantonrechter matigde de boete met 25% vanwege de structurele schending van de hoorplicht, zoals bevestigd in jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tevens werd de zekerheidstelling op nihil gesteld vanwege de financiële situatie van betrokkene. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete aangepast.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd tot € 49,50 plus administratiekosten.