ECLI:NL:RBZWB:2024:2799

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2024
Publicatiedatum
30 april 2024
Zaaknummer
10793293 \ MB VERZ 23-1188
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke gegrondverklaring beroep tegen verkeersboete wegens door rood rijden

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het door rood rijden op een kruising in Tilburg op 4 april 2023. Zij stelde dat zij in een levensbedreigende situatie verkeerde vanwege een spoedrit naar het ziekenhuis vanwege een ongeval van haar schoonvader, waardoor het mogelijk was dat zij door rood reed. Betrokkene verzocht de boete kwijt te schelden.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond omdat de medische noodzaak onvoldoende was onderbouwd en de datum van het ongeval niet kon worden bevestigd. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststond en de boete terecht was opgelegd.

Echter, uit de toelichting in het beroepschrift gaf de kantonrechter betrokkene het voordeel van de twijfel en matigde de boete tot €150. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie vernietigd. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheid werd terugbetaald.

De uitspraak werd gedaan op 18 maart 2024 door kantonrechter R.J.H. de Brouwer en griffier C.A. Lequin. Betrokkene wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.

Uitkomst: De boete wegens door rood rijden wordt gematigd tot €150 en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10793293 \ MB VERZ 23-1188
CJIB-nummer: 1062 5422 5700 6037
uitspraakdatum: 18 maart 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 maart 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.M. Oostdam (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op 4 april 2023 om 08.44 uur op de kruising van de Heikantlaan en het Bachpad in Tilburg.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat er sprake was van een levensbedreigende situatie, waardoor zij met veel haast heeft moeten rijden. Hierdoor kan het zijn dat zij door rood is gereden, maar betrokkene is er vrijwel zeker van dat het verkeerslicht op oranje stond toen zij de streep passeerde. Gelet op de levensbedreigende situatie verzoekt betrokkene de boete kwijt te schelden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene stelt dat zij moet spoed naar het ziekenhuis moest wegens een ongeval van haar schoonvader. Uit de overlegde stukken blijkt echter niet, nu deze niet zijn gedateerd, dat het ongeval met haar schoonvader die dag heeft plaatsgevonden. De dringende medische noodzaak zoals gesteld door betrokkene is dan ook onvoldoende onderbouwd. Gelet hierop verzoekt de zittingsvertegenwoordiger het beroep ongegrond te verklaren.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat de kantonrechter begrip heeft voor de situatie van betrokkene en haar het voordeel van de twijfel geeft gelet op haar toelichting in het beroepschrift. De boete zal worden gematigd tot € 150.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat de boete wordt gematigd tot € 150,- plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 130,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. C.A. Lequin, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: