Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het door rood rijden op een kruising in Tilburg op 4 april 2023. Zij stelde dat zij in een levensbedreigende situatie verkeerde vanwege een spoedrit naar het ziekenhuis vanwege een ongeval van haar schoonvader, waardoor het mogelijk was dat zij door rood reed. Betrokkene verzocht de boete kwijt te schelden.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond omdat de medische noodzaak onvoldoende was onderbouwd en de datum van het ongeval niet kon worden bevestigd. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststond en de boete terecht was opgelegd.
Echter, uit de toelichting in het beroepschrift gaf de kantonrechter betrokkene het voordeel van de twijfel en matigde de boete tot €150. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie vernietigd. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheid werd terugbetaald.
De uitspraak werd gedaan op 18 maart 2024 door kantonrechter R.J.H. de Brouwer en griffier C.A. Lequin. Betrokkene wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: De boete wegens door rood rijden wordt gematigd tot €150 en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.