Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat zij op 20 december 2022 niet beschikte over een geldige motorrijtuigverzekering. Betrokkene voerde aan dat zij op 7 november 2022 een verzekering had afgesloten, geholpen door de vorige eigenaar van de auto vanwege haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de verzekering slechts was aangevraagd maar niet geaccepteerd.
De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat de boete terecht is opgelegd. Wel achtte de rechter de omstandigheden van betrokkene en de schending van de hoorplicht aanleiding om de boete te matigen van € 400 naar € 200. De officier van justitie had betrokkene niet gehoord, wat in strijd is met de wettelijke hoorplicht.
De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard. De boete werd gematigd en betrokkene krijgt het teveel betaalde bedrag terugbetaald. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter R.J.H. de Brouwer op 18 maart 2024.
Uitkomst: De boete wegens het niet verzekeren van het motorrijtuig wordt gematigd tot € 200 en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.