Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden van 4 km per uur te hard op een weg buiten de bebouwde kom op 11 juli 2022. Hij stelde bezwaar in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
Op de zitting was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter stelde vast dat de overtreding vaststaat, onder meer door een foto en de verklaring van de verbalisant. Betrokkene voerde aan dat het niet mogelijk was direct te remmen vanwege een vrachtwagen achter hem en dat de snelheid op het moment van de overtreding onduidelijk was. Ook vroeg hij rekening te houden met zijn financiële situatie.
De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, maar dat de officier van justitie de hoorplicht had geschonden door betrokkene niet te horen bij het administratief beroep. Dit is in strijd met de wet en leidt tot vernietiging van die beslissing. Gezien de schending matigt de rechtbank de boete met 25%. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling moet worden terugbetaald.
De uitspraak is gedaan op 18 maart 2024 door kantonrechter R.J.H. de Brouwer. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete wordt met 25% gematigd en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.