Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het zodanig parkeren van een voertuig dat gevaar of hinder voor het verkeer werd veroorzaakt op 15 januari 2022 in Waalwijk. Betrokkene stelde dat hij op een parkeerterrein zonder vakken stond en geen hinder veroorzaakte. De officier van justitie handhaafde de boete, stellende dat het voertuig midden in een doorgang stond en deze belemmerde.
De kantonrechter oordeelde op basis van de verklaring van de verbalisant en een foto dat de boete terecht was opgelegd, omdat de parkeervakken duidelijk waren aangegeven en het voertuig de doorgang blokkeerde. De door betrokkene ingestuurde foto werd niet aannemelijk geacht.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van het beroep met twee maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €218,75 toegekend voor de kantonrechterfase.
De kantonrechter vernietigde de beslissing van de officier van justitie, matigde de boete tot €112,50 plus administratiekosten en veroordeelde de officier tot vergoeding van de proceskosten. Betrokkene en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete wordt met 25% gematigd en een proceskostenvergoeding wordt toegekend.