ECLI:NL:RBZWB:2024:2811

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2024
Publicatiedatum
30 april 2024
Zaaknummer
10533928 \ MB VERZ 23-752
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHV
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens onnodig geluid met motorvoertuig

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig op 4 maart 2022 in Tilburg. Hij stelde dat het voertuig dergelijke geluiden niet kan maken en dat de staandehouding onterecht niet heeft plaatsgevonden.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de rechtbank oordeelde op de zitting dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. De verbalisant kon destijds geen staandehouding verrichten omdat hij een andere weggebruiker assisteerde.

Hoewel de gedraging vaststaat, vond de kantonrechter de boete aanleiding tot matiging en matigde deze tot nihil. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €218,75 toegekend aan betrokkene. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.

Uitkomst: De verkeersboete wegens onnodig geluid wordt gematigd tot nihil en proceskosten worden vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10533928 \ MB VERZ 23-752
CJIB-nummer: 3062 5422 4822 7363
uitspraakdatum: 18 maart 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 maart 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.M. Oostdam (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. Gemachtigde is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder met een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken op 4 maart 2022 om 14:38 uur op het Stadhuisplein in Tilburg.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat het niet mogelijk is om met zijn voertuig dergelijke knal geluiden te maken. Daarnaast blijkt uit het zaakoverzicht onvoldoende dat een reële mogelijkheid tot staandehouding niet mogelijk was, waardoor de beschikking in strijd is met artikel van 5 van de WAHV.
Op zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat een knallend geluid maken met zijn voertuig onmogelijk is. Ook eventuele pops and bangs geluiden kunnen hiermee niet worden gemaakt. Daarnaast heeft verbalisant hem onterecht niet staande gehouden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Verbalisant heeft gezien dat het voertuig versnelde en hierbij knallende geluiden maakte. In een aanvullend proces-verbaal heeft verbalisant toegelicht waarom staandehouding destijds niet mogelijk was. Verbalisant was op dat moment een andere weggebruiker aan het assisteren wegens pech. Er was dus geen reële mogelijkheid tot staandehouding en er is terecht op kenteken beboet. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep ongegrond te verklaren.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in wat betrokkene, met name op zitting, heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen voor het indienen van het beroepschrift, te weten 1 punt x gewicht 0,25 x € 875,- = € 218,75.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 259,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 218,75.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. C.A. Lequin, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: