Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[bedrijf]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met 6 km per uur te hard op een weg buiten de bebouwde kom. Tegen deze boete is beroep ingesteld bij de officier van justitie, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de beroepstermijn.
Betrokkene stelde dat het voertuig ten tijde van de overtreding was verhuurd, maar kon geen huurovereenkomst overleggen. De kantonrechter oordeelde dat het beroep bij de officier van justitie te laat was ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van zes weken.
Volgens artikel 6:11 Awb Pro kan een te laat ingesteld beroep toch ontvankelijk zijn als bijzondere omstandigheden aannemelijk worden gemaakt. Dit was niet het geval. Daarom werd het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan op 18 maart 2024 door kantonrechter R.J.H. de Brouwer. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, mits aan de voorwaarden wordt voldaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening.