ECLI:NL:RBZWB:2024:2815

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2024
Publicatiedatum
30 april 2024
Zaaknummer
10719836 \ MB VERZ 23-1044
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen parkeerboete wegens onvoldoende bewijs overmacht

Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren van een voertuig op een plaats waar dit verboden was op 4 juli 2022 om 14:02 uur in Waalwijk. Betrokkene stelde dat haar broer, aan wie de auto was uitgeleend, onwel werd tijdens het rijden en daarom de auto langs de weg parkeerde, wat een situatie van overmacht zou zijn.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond omdat de overmacht onvoldoende was onderbouwd. Betrokkene overhandigde een ziekenhuisopname van 6 juli, maar dit betrof niet de dag van de overtreding. De kantonrechter vond dat dit verschil in datum onvoldoende bewijs leverde voor overmacht op 4 juli.

De kantonrechter achtte de verklaring van de verbalisant betrouwbaar en zag geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van overmacht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10719836 \ MB VERZ 23-1044
CJIB-nummer : 6062 5422 5076 7768
uitspraakdatum : 18 maart 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 maart 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.M. Oostdam (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)) op 4 juli 2022 om 14:02 uur op de Talmastraat in Waalwijk.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene had haar auto uitgeleend aan haar broer. Haar broer is tijdens het rijden onwel geworden en heeft om deze reden de auto langs de weg geparkeerd. Hij is bij bewoners gaan aanbellen voor hulp. Volgens betrokkene was er sprake van een overmacht situatie waardoor het opleggen van een sanctie niet billijk is.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Door betrokkene is een samenvatting van een ziekenhuisopname gestuurd, deze dateert van 6 juli. Hieruit blijkt niet dat er sprake is geweest van een opname op 4 juli, de dag waarop de gedraging is vastgesteld. Er is derhalve onvoldoende onderbouwd dat er sprake was van de gestelde overmacht.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft onvoldoende onderbouwd dat er sprake was een overmacht situatie. De overlegde stukken maken namelijk onvoldoende inzichtelijk of er sprake was van een opname op 4 juli 2022, aangezien de opname datum 6 juli betreft. Gelet op dit verschil ziet de kantonrechter in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. C.A. Lequin, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: