Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren van een voertuig op een plaats waar dit verboden was op 4 juli 2022 om 14:02 uur in Waalwijk. Betrokkene stelde dat haar broer, aan wie de auto was uitgeleend, onwel werd tijdens het rijden en daarom de auto langs de weg parkeerde, wat een situatie van overmacht zou zijn.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond omdat de overmacht onvoldoende was onderbouwd. Betrokkene overhandigde een ziekenhuisopname van 6 juli, maar dit betrof niet de dag van de overtreding. De kantonrechter vond dat dit verschil in datum onvoldoende bewijs leverde voor overmacht op 4 juli.
De kantonrechter achtte de verklaring van de verbalisant betrouwbaar en zag geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van overmacht.