Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het rijden met 4 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op 6 juli 2022 in Tilburg. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, eerst bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond. Op de zitting van 18 maart 2024 verscheen betrokkene niet.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep bij de kantonrechter te laat was ingediend, aangezien de wettelijke termijn van zes weken was verstreken. Hoewel betrokkene geen geldige reden voor de termijnoverschrijding aanvoerde, werd de overschrijding verschoonbaar geacht vanwege het buitenlandse karakter van betrokkene en de korte termijnoverschrijding.
Inhoudelijk stelde betrokkene dat het voertuig ten tijde van de overtreding was verhuurd, waardoor de boete niet aan hem als kentekenhouder zou moeten worden opgelegd. Betrokkene leverde echter geen bewijs van een geldige huurovereenkomst. De kantonrechter verwierp dit verweer en verklaarde het beroep ongegrond. De boete blijft daarmee terecht opgelegd aan betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft aan betrokkene opgelegd.