Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 5 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op 15 augustus 2020 op de Ringbaan West in Tilburg. Betrokkene stelde dat het voertuig was verhuurd op basis van een leaseovereenkomst en wilde daarmee de boete niet zelf dragen.
Het beroep bij de officier van justitie werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, maar de kantonrechter achtte de termijnoverschrijding verschoonbaar omdat betrokkene een buitenlands bedrijf betreft. Daarom werd het beroep inhoudelijk behandeld.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene onvoldoende bewijs had geleverd van een geldige lease- of huurovereenkomst, waardoor de uitzondering op de kentekenhouderaansprakelijkheid niet van toepassing was. De boete is daarom terecht aan betrokkene opgelegd en het beroep werd ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter R.J.H. de Brouwer op 18 maart 2024 in Tilburg. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van leaseovereenkomst en de boete blijft in stand.