ECLI:NL:RBZWB:2024:282

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 januari 2024
Publicatiedatum
21 januari 2024
Zaaknummer
C/02/410146 / HA RK 23-107 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing van erfrechtverzoeken naar de kantonrechter na afwijzing benoeming vereffenaar

In deze civiele procedure betreffende personen- en familierecht heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 19 januari 2024 een beschikking gegeven over verzoeken in een nalatenschapszaak.

Eerder had de rechtbank het verzoek tot benoeming van een vereffenaar in de nalatenschappen van de vader en moeder afgewezen. Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat de overige verzoeken, waaronder het verzoek tot proceskosten, moeten worden behandeld door de kantonrechter. De rechtbank stelde voor dat dezelfde rechter, mr. N.E.J.M. Stoof, ook als kantonrechter de verdere behandeling zou doen, zodat geen nieuwe mondelinge behandeling nodig zou zijn.

Partijen hebben ingestemd met dit voorstel. De rechtbank heeft daarop de overige verzoeken doorverwezen naar de kamer voor kantonzaken van dezelfde rechtbank, locatie Breda. Tevens is partijen erop gewezen dat zij in het vervolg van de procedure niet verplicht zijn een advocaat te hebben en ook persoonlijk of via een gemachtigde kunnen verschijnen.

Deze beschikking is in het openbaar uitgesproken en betreft een procedure waarin meerdere erfgenamen en legatarissen betrokken zijn, waarbij de rechtbank de bevoegdheid tot behandeling van verzoeken heeft gesplitst tussen zichzelf en de kantonrechter.

Uitkomst: Verzoek tot benoeming van vereffenaar afgewezen en overige verzoeken doorverwezen naar kantonrechter.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rekestnummer: C/02/410146 / HA RK 23-107
Beschikking van 19 januari 2024
in de zaak van
[verzoeker], in zijn hoedanigheid van:
- ( mede-)erfgenaam van de nalatenschap van
[erflater 1], en;
- legitimaris in de nalatenschap van
[erflater 2], en;
- wettelijk vertegenwoordiger van
[naam 1]en
[naam 2](verder te noemen: de kleinkinderen), beiden legatarissen van de nalatenschap van
[erflater 2],
wonende te [plaats 1] ,
verzoeker,
advocaat mr. R.J.M. Sintnicolaas en mr. Z.A.M. Visvalingam te Oosterhout,
tegen
1.
[verweerder 1], in haar hoedanigheid van (mede)erfgenaam van de nalatenschap van
[erflater 1]en in haar hoedanigheid van enig erfgenaam en medebewindvoerder in de nalatenschap van
[erflater 2],
2.
[verweerder 2], in zijn hoedanigheid van medebewindvoerder in de nalatenschap van
[erflater 2],
beiden wonende te [plaats 2] ,
verweerders,
advocaat mr. A.J.C. Odekerken te Breda.
Partijen worden hierna aangeduid als “ [erflater 1] ”, “ [verweerder 1] ” en “ [verweerder 2] ”.

1.De procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • de tussenbeschikking in deze zaak van 20 november 2023 en de daarin genoemde stukken;
  • de akte van [erflater 1] van 18 december 2023;
  • de akte van [verweerder 1] en [verweerder 2] van 19 december 2023.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In voornoemde tussenbeschikking heeft de rechtbank geoordeeld dat het verzoek tot het benoemen van een vereffenaar in de nalatenschappen van vader en moeder dient te worden afgewezen. Vervolgens is door de rechtbank overwogen dat de overige verzoeken dienen te worden behandeld en beslist door de kantonrechter, zodat de rechtbank voornemens is de overige verzoeken door te verwijzen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. De rechtbank stelt daarbij voor dat mr. N.E.J.M. Stoof, de behandelend rechter, ook zal optreden als behandelend kantonrechter, zodat direct een beslissing kan worden gegeven op de te aangehouden verzoeken en geen nieuwe mondelinge behandeling hoeft plaats te vinden.
2.2.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld op het voorgaande te reageren.
2.3.
Bij akte van 18 december 2023 geeft [erflater 1] aan ermee in te stemmen dat mr. N.E.J.M. Stoof de behandelend rechter blijft. Bij akte van 19 december 2023 geven [verweerder 1] en [verweerder 2] aan in te kunnen stemmen met het voorstel dat mr. N.E.J.M. Stoof op de aangehouden verzoeken zal beslissen, in haar hoedanigheid van kantonrechter, zodat er geen nieuwe mondelinge behandeling hoeft plaats te vinden.
2.4.
De rechtbank overweegt dat door partijen geen bezwaar is gemaakt tegen de constatering dat de rechtbank niet bevoegd is te oordelen op de aangehouden verzoeken en dat die verzoeken moeten worden doorverwezen naar de kantonrechter (Rechtbank Zeeland-West-Brabant, team Civiel, Cluster I). De aangehouden verzoeken, waaronder het verzoek dat ziet op de proceskosten, zullen dan ook worden doorverwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal daarna de inhoudelijke beslissing op de verwezen verzoeken volgen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
wijst het verzoek tot benoeming van een vereffenaar in de nalatenschappen van vader en moeder en het verzoek om te bepalen dat [verweerder 1] en [verweerder 2] medewerking aan de vereffenaar dienen te verlenen af,
3.2.
verwijst de zaak, voor wat betreft de overige verzoeken, in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Breda,
3.3.
wijst partijen er voor de volledigheid op dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen.
Deze beschikking is gegeven door mr. Stoof en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2024. [1]

Voetnoten

1.Type: BF