ECLI:NL:RBZWB:2024:2833
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Duinhof
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot wijziging verblijf minderjarige naar moeder-kindhuis wegens belang hechting en stabiliteit
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot wijziging van het verblijf van een minderjarige die sinds april 2022 bij een pleegmoeder verblijft, naar een moeder-kindhuis. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en heeft zich positief ontwikkeld, maar er zijn nog zorgen over haar thuissituatie en de stabiliteit die zij kan bieden.
De pleegmoeder biedt momenteel een stabiele omgeving en is een belangrijke hechtingspersoon, maar kan vanwege haar leeftijd geen perspectief bieden voor de langere termijn. De GI en de moeder zijn van mening dat het verblijf in een moeder-kindhuis noodzakelijk is om de hechting tussen moeder en kind te herstellen en de moeder te ondersteunen bij de opvoeding.
De Raad voor de Kinderbescherming deelt de wens tot hereniging, maar benadrukt de noodzaak van zorgvuldigheid en het continueren van de uithuisplaatsing bij de pleegmoeder als vangnet. De kinderrechter weegt deze belangen af en besluit de toestemming te verlenen voor de wijziging van het verblijf zodra een geschikt moeder-kindhuis beschikbaar is, met behoud van contact tussen pleegmoeder en kind.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep staat open. De beslissing is genomen met het oog op het belang van het kind en het waarborgen van een stabiele en veilige opvoedsituatie.
Uitkomst: Toestemming verleend voor wijziging verblijf van minderjarige naar moeder-kindhuis met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.